weet je nog toen? #1

Vrijdag 13 maart 2020, vrijdag de dertiende: ik rijd nog even naar het werk om mijn scherm en laptopverhoger te halen. Terwijl ik de planten op mijn bureau water geef, valt mijn oog op mijn bureaukalender. Het exemplaar dat we elk jaar van onze werkgever krijgen, heb ik ingeruild voor ééntje met foto’s van familie, huisdieren en vrienden. We schrijven maart 2020. Ik twijfel nog even, blader door naar de maand april waar Lily en Charlie op prijken. Ik laat de kalender voor wat het is, na de paasvakantie kan ik dan nog twee weken genieten van hun foto. Toch?

Maandag 16 maart 2020: de eerste “officiële” thuiswerkdag begint ’s morgens vroeg, iets voor 6 uur. Mijn takenpakket laat me toe om alles van thuis uit te regelen waarvoor ik best wel dankbaar ben. Ik heb een dochter die lang slaapt, mijn man zit boven in de bureau en via Microsoft Teams hou ik contact met mijn collega’s. Aan het einde van de werkdag heb ik, door alle externe prikkels heen, mijn takenlijstje kunnen afwerken.

Nieuwe collega

Dinsdag 17 maart 2020. Ik heb er een erbarmelijke nacht op zitten. Ik heb naar de muur liggen staren, op mijn zij want zo slaap ik en in het donker want ik kon moeilijk mijn lampje aansteken. Zo lag ik daar, anderhalf uur aan een stuk. Ik voelde een benauwdheid over mij neerdalen. Neen, geen Corona, maar angst voor wat komen zal.
Ik sta opnieuw vroeg op en beslis om toch maar even mijn ware gevoelens te delen op sociale media. Ik krijg meteen heel wat reactie en mensen die blij zijn dat ook eens de ‘andere’ kant gedeeld wordt: die van de tranen, machteloosheid, onzekerheid. Nu zijn de Whatsappero’s en eperitieven nog leuk want ze zijn nieuw, maar hoe gaan we hier binnen een maand mee om. Wat zullen de mentale gevolgen van deze periode betekenen?

Schermtijd
Apero

Woensdag 18 maart 2020. Ik waan me in een oorlogsgebied in de supermarkt. Voorraadartikelen zijn geplunderd, van papier (gat, neus of keuken) is er al helemaal niks over. Er zijn amper mensen in de winkel. Het is hier de wet van de sterkste: we snijden met z’n tweeën een gangpad aan. Meneer aan de ene kant, ik aan de andere kant. Ik ga verder want ik heb hier echt wel iets nodig van mijn boodschappenlijst. Meneer beslist om in achteruit te gaan en verdwijnt. In de supermarkt zijn we elkaars vijand, nog meer dan het virus onze vijand is.

Aartrijke
Brood leveren

Donderdag 19 maart 2020. De ver-van-mijn-bedshow sloop genadeloos in mijn bed. Zo voelt het aan. Het virus maakt zich baas over mijn nachtrust. De termen ‘Corona’ en ‘afstand’ steken ‘kids’ voorbij in mijn lijstje van woorden waar ik een hekel aan heb. Ik weet zelfs al die andere niet meer.
Op het speelplein om de hoek wordt de realiteit tastbaar. Linten, rood en wit gestreept, moeten verhinderen dat kinderen hier nog komen spelen. Ik denk aan Emma en hoe leuk ze de glijbaan en schommel hier wel vindt.
In de namiddag ‘zie’ ik voor het eerst een collega: ik heb een overleg met mijn baas. Ik ben oprecht blij hem te zien, anders ook hoor, het is een aimabele mens, maar dit is anders. Ik kan me even 100% concentreren ook al gaat ons gesprek voor de helft over de huidige situatie.

Bloesems
A-mode
Speelplein

Vrijdag 20 maart 2020. Vandaag is een mindere dag. Een ochtend waar veel zorgen zich baas maakten over mijn hoofd en de tranen rijkelijk vloeiden. Hop, wat make-up aan en er het beste van proberen te maken vandaag want straks moet ik een opleiding aan mijn nieuwe collega geven.
Ook een webcam kan de tranen van een collega niet verbergen, helaas…
In de namiddag hebben we een e-happy hour met de collega’s en kunnen we er achteraf weer eventjes tegenaan. Eén van mijn collega’s noemde me deze week al de lijm tussen alle collega’s. Mijn repliek? Dan toch iets dat hetzelfde blijft in deze bizarre tijden.

Taart voor de collega's
Klaar om te borrelen
e-happy hour
verjaardagsdrink

Deze morgen schijnt de zon. In de namiddag maak ik een wandeling en staat er een babbel met iemand op het programma die tot vorig jaar voor Emma zorgde in de crèche. Vreemd hoe mensen op één of andere manier dichter bij elkaar gebracht worden.
Ondertussen heb ik wat nieuwe ideeën: voor mij, maar ook voor anderen, hetzij collega’s, hetzij vrienden en familie, hetzij de lokale handelaars. Waar ik kan helpen, zal ik het ook doen.
Ondertussen fotografeer ik, start ik een aantal ‘projectjes’ op en bedenk ik me hoeveel ik hier zal kunnen schrijven om ook jullie hier door te helpen.
Maar bovenal is er gemis, heel veel gemis en de mentale veerkracht waar dagelijks aan geknaagd wordt.