Het langste jaar

Eén van mijn favoriete afleveringen van Dawson’s Creek indertijd was The Longest Day (seizoen 3, aflevering 20 – uitgezonden op 3 mei 2000; voel je vooral niet oud, right?). In de aflevering zien we de 24u in een dag verteld vanuit verschillende perspectieven. De titel van de aflevering deed me denken aan het afgelopen jaar en hoe dit het langste ooit aanvoelde.

Ik moet er wellicht geen tekening bij maken dat ik het heb over corona en hoe ons land een jaar geleden in lockdown ging. Op sociale media en nieuwssites lees ik wel eens over de eerste “verjaardag” van de lockdown. In feite heb ik nooit begrepen waarom mensen negatieve data ook met de term verjaardag eren. Zoals de eerste verjaardag van het overlijden van bekend persoon x. Een verjaardag is voor mij synoniem voor een mooie dag. Feest. Iemand wordt een dagje ouder en mag, moet zichzelf gelukkig prijzen dat dit mogelijk is. Verjaardagen van aanslagen, overlijdens en lockdowns? Neen, dank u.

Twintig twintig doet een mens dromen

Toch wil ook ik even terugkijken op dat annus horribilis 2020. Het was nochtans best goed begonnen: twintig twintig. Mooi in cijfers én in letters. Ja, het had wel iets.



Read More

brief aan mijn medemens

Mijn husband zei het gisteren nog: “ik had toch nooit gedacht dat we nog een tweede keer in lockdown zouden gaan.” Zo ver gingen we het toch niet meer laten komen? Toch?

wolkendek

En toch… we staan wellicht aan de vooravond van een tweede lockdown in dit coronagebeuren. Eén die misschien nog langer en intenser wordt want het virus is genadeloos. Wie dat nu nog ontkent – tja – ik zal er maar geen woorden vuil aan maken.

Ons land heeft bij momenten iets weg van het Wilde Westen – iedereen schiet op elkaar – niemand wil of durft in de spiegel kijken.
Virologen, politici, geluksprofessoren, economen: allemaal doen ze hun zegje en vechten ze dit het liefst van al in de media uit.
Dit weerspiegelt zich uiteraard in de bevolking. Een collega vindt het de schuld van een niet nader genoemde partij, een kennis zucht bij het zoveelste risicocontact aan de schoolpoort omdat mensen hun quarantaine niet respecteren. Zo heeft iedereen wel zijn of haar schietschijf.

Akkoord, de communicatie van de overheid was de voorbije maanden beneden alle peil. Een draagvlak is zoek. Mensen klagen en klagen en klagen en politici denken aan hun imago. We hebben deze zomer veel moeten tellen, van 15 (personen), naar 7 (dagen), naar 5 (dé bubbel) om dan weer met 10 te mogen eten en nu mogen we nog één iemand knuffelen buiten ons gezin. We moeten dat niet, we mogen dat. We krijgen een hand, we nemen een arm en gaan ondertussen naarstig op zoek naar de achterpoortjes. Want die laatste zitten blijkbaar in ons DNA.

Mijn Instagram feed deze zomer liet weinig aan de verbeelding over: voor velen onder ons was het een normale zomer. Met vrienden op vakantie, verjaardagsfeestjes, etentjes en heel veel contacten. Corona leek wel vergeten, maar ondertussen werden mensen nog steeds ziek en ziekenhuisbedden waren nog altijd bezet. Even waren we in de waan dat het virus verdwenen was, maar niks was minder waar.

Wie onze persoonlijke situatie kent, weet dat wij tot levenslang veroordeeld zijn, al vind ik liefde en veroordelen niet samen gaan. Straks gaan we wellicht even achteruit in plaats van vooruit. We zijn niet alleen. Sommige mensen hebben geen levenslang meer. Denk maar aan wie terminaal ziek is en de laatste uren, dagen, weken van zijn of haar leven in lockdown door moet brengen. Ja, het verhaal van Lara hakte er diep in deze week.
We hebben een dak boven ons hoofd, er is werk en we zijn (voorlopig – hout vasthouden) gezond. De dagen zijn kort en het wordt een lange winter: ik behoed mij voor zij bij wie het licht al even gedimd was. Dat zij deze periode kunnen en mogen doorkomen en lichtpuntjes vinden.

Is dit een noodkreet? Misschien wel. Is er soms twijfel rond alle berichten in de media? Heel eerlijk: ja. Of ik dan met beide voeten terug op de grond sta na de Instagram story van collega Hilde Eyckmans te bekijken: you bet I am.

Ik probeer niemand te veroordelen – hoe moeilijk dat ook is – maar laat dit een pleidooi zijn om met zijn allen deze marathon tot een goed einde te brengen. Maart en april waren een sprintje, nu is het voor echt. Laten we dit doen voor elkaar en weten dat meestal alles goed komt. Niet altijd, maar meestal wel.

Draag zorg voor elkaar…

het mondmasker in mijn hoofd

Geheel origineel is het concept van deze blog niet want er verscheen ook ééntje bij die andere Kelly, maar misschien moeten we er allemaal eens over schrijven?

de eerste keer

mondmasker

Hoe dan ook, had je mij ooit gezegd dat ik nog wel eens zou bloggen over mijn ervaringen rond het dragen van een mondmasker, ik had eens goed gelachen. Ik deed er misschien wel eens smalend over bij een verdwaalde toerist in Brugge want ik beschouw mezelf als een proper/gezond meisje, maar bon.
Veel gedachten dus, voor, tijdens en na. Ik heb een bloedhekel aan (de term) “het nieuwe normaal” want voor mij is ‘normaal’ nog steeds een ander gegeven en vernieuw je dit niet zomaar. Misschien ben ik naïef wanneer ik denk en vooral hoop dat dit tijdelijk is en dat mijn drang om mensen te knuffelen (ik ben geen knuffelaar, verre van) binnenkort wegebt.

mondmasker

gedachten achter een mondmasker

  • Zit mijn masker goed?
  • Ik heb het wellicht ondersteboven aan: zouden de mensen dat zien?
  • Al maar goed dat ik geen lippenstift op heb (ik ga hier veel op kunnen besparen).
  • Ja, lap, poeder en blush op: waar is die vlekkenverwijderaar?
  • Zou mijn haar goed liggen? Het trekt wellicht op niet veel met die linten erop.
  • Pfff.. ik heb warm.
  • Misschien nog eens een andere oogschaduw bestellen, kwestie van mijn kijkers te accentueren.
  • Mijn bril is aan het aandampen, grrr…
  • Ha, zo zie je mijn dubbele kin van de Coronakilo’s niet! Hashtag winwin.
  • Waarom ben ik vandaag de enige persoon mét mondmasker in de winkel?
  • Zou je hier een slechte adem door kunnen ruiken?
  • ’t Is al niet erg als ik eens zou vergeten mijn tanden te poetsen.
  • Ik ben aan het glimlachen, kijk, oh wait…
  • Mijn strenge blik is nu wellicht nog strenger; een masker is niet meteen your go-to tandpastaglimlach.
  • Oh, die heeft een schoontje aan.
  • Ik moet werken met mijn ogen. Damn, en ik kon al nooit flirten – hoe ga ik dit klaarspelen?
  • Dit is warm.
  • Straks kom ik een collega tegen. Of vrienden of familie. Achja, so what?
  • Ik snap die plooitjes niet, ik heb het zeker verkeerd aan.
  • Niemand kijkt vreemd op. Oef.
  • Het wordt nog warmer.
  • Shit, dat koordje zit wat losser.
  • Mijn neus jeukt – nu moet ik er wel aan komen…
  • Handig, een bij kan nu zeker niet in mijn mond vliegen (panische angst hiervoor).
  • Ik wou altijd al eens naar een gemaskerd bal gaan. #ohwait
  • Zou ze mij herkennen? (wanneer ik mijn boodschappen op de Buurderij haal)
  • Oef, terug in de auto – even bekomen.

Zo, tot zover de gedachten die al in mijn hoofd passeerden. Hoe hebben jullie die eerste keren ervaren? Benieuwd naar de reacties!

1 2 3